Goede-Leven-Kookrecept

Deze week geen duidelijk recept, maar een variatie mogelijkheid. Ik heb laatst boerenkoolstamppot gemaakt waarbij ik een deel van de aardappelen heb vervangen door knolselderij. Dit geeft een extra, maar vooral diepere smaak aan de stamppot. Pas dan wel op met de hoeveelheid melk die je toevoegt, de knolselderij bevat meer vocht dan de aardappelen. 
Denk er ook eens aan om de boerenkool te roerbakken, met spekjes of chorizo, of in deze vastentijd met een uitje waarbij je een beetje gerookt paprikapoeder toevoegt. Gebruik eens een beetje cayennepeper of chilivlokken voor een beetje pit. Of vermeng de roergebakken boerenkool met een paar eieren en een beetje kaas en bak in een ovenschaal op 175° C. tot hij stevig is. Eet smakelijk, Mieke Maletzky

 

 

 

De aanleiding voor dit recept is het stukje dat deze week in de Onderweg staat over de vastenmaaltijden dit jaar. Lekker geheimzinnig nog, maar dit is een suggestie voor aankomende donderdag. Met toch ook nog een beetje carnavalstemming heb ik een “Confetti-soep met serpentines” bedacht.
Eigenlijk is het een soort minestrone, waarin je allerlei groentes kunt verwerken. Ik had nog een stukje courgette, een wortel,

2 paprika’s, een beetje diepvries doperwten, een laatste stukje bleekselderij, natuurlijk een ui en wat knoflook, een blikje tomatenblokjes heb ik altijd wel in de kast en oh er staat ook nog een blikje maïs. Eerst heb ik alles in blokjes gesneden, ongeveer even groot als de doperwten. Toen heb ik de ui met de wortel en de bleekselderij even aangebakken in een beetje olijfolie. Daar heb ik toen de courgette en de paprika bij gedaan en alles nog even laten bakken. Nu kan er de knoflook en wat Italiaanse kruiden bij. Giet er ongeveer 1/2 L water, een blikje tomatenblokjes met sap bij en wat bouillonpoeder of een –blokje. Kook de groenten zachtjes gaar. Doe er op het laatste moment de doperwten en de maïs bij en maak de soep op smaak met zout en peper. Het mag een vrij gevulde soep zijn. Kook ondertussen een beetje spaghetti in een pan met kokend water. Ik heb er ook een beetje rucola pesto bij gemaakt: maal in een keukenmachine een handje pijnboompitten met 2 tenen knoflook, een flinke scheut olijfolie, een paar lepels geraspte Parmezaanse kaas en een paar handjes rucola tot een redelijk gladde pasta. Verdun eventueel met een beetje van het kookvocht van de spaghetti en maak op smaak met zout en peper, er hoeft waarschijnlijk niet zoveel zout bij, want de kaas is ook al zout. Schep de soep in een diep bord of kom, leg hierop een bergje spaghetti en maak af met een lepel pesto. Eventueel kun je er een stukje stokbrood bij eten, waar je ook een beetje pesto op smeert. En? Lekker ge-S.O.E.P.-t ? Mieke Maletzky

 

Aankomend weekeinde zal de carnavalssfeer niet zo zijn als andere jaren, maar dat wil niet zeggen dat je er geen feestje van kunt maken. Gewoon thuis, met de familie in polonaise door de huiskamer en daarna worstbroodjes eten. En die maak je heel makkelijk zelf.
De snelste manier is dan om ontdooide frikadellen of knakworsten in het deeg uit een blikje croissantdeeg te rollen en dat te bakken. Reken wel iets meer baktijd, door de worst is het een dikker pakketje. Iets meer tijd neemt het als je dunne (Chipolata) worstjes voorbakt en die in het deeg rolt. En de meeste tijd ben je kwijt als je zelf eerst het brooddeeg maakt, maar dat is dan weer een bezigheid die je met de kinderen heel goed kunt doen en die veel voldoening schenkt.
Hiervoor neem je 250 ml lauw water, 1 el suiker en een zakje droge gist. Dit roer je even goed door elkaar en laat even staan. Ondertussen doe je 500 g bloem, 2 el olijfolie en 1 tl zout in een kom en daar giet je het gistwater, dat ondertussen begint te schuimen bij. Nu roer je dit goed door elkaar en als het niet erg nat meer is kun je gaan kneden. Eerst zal het nog wat plakkerig zijn, maar als het goed is wordt het langzaam een soepel deeg. Als het echt plakkerig blijft moet je een klein beetje bloem toevoegen. Bestrooi het deeg dan met een beetje bloem en dor het terug in de kom, dek af met een beetje huishoudfolie en laat ongeveer 1 uur op een warme plek rijzen, het zal dan verdubbelen in volume. Verdeel het deeg dan in ongeveer 10 stukjes en maak hier met een  worstje een broodje van. Laat deze op een bakblik onder en schone theedoek nog 30 minuten rijzen en bak dan in een voorverwarmde oven eerst 5 minuten op 200° C. en daarna nog 20 minuten op 175° C. Nu zouden de broodjes gaar moeten zijn, dit kun je controleren door op de onderkant te kloppen, ze klinken dan hol. Lekker met ketchup. Alaaf 

Het is lekker koud buiten, dus is het zeker tijd voor iets met zuurkool.

Eerst maak je gehaktballetjes, die je kruid met een half zakje nasi/bami kruiden, je hoeft dan niet zoveel paneermeel te gebruiken, want de kruiden nemen een deel van het vocht van het ei op. Wees ook voorzichtig met zout. Als je zeker wilt weten dat ze op smaak zijn, bak dan een heel klein stukje en proef. Ze mogen vrij pittig zijn, dus voeg eventueel een beetje extra sambal toe. Maak hier kleine balletjes van en bak die rondom bruin en gaar. Houd apart.
Kook nu de aardappelen en bedenk of je puree wilt of gewoon gekookt. Maak dan de puree.
Knijp de zuurkool goed uit en snijd in kortere stukjes. Snijd ook een rode paprika in kleine stukjes.
Bak de zuurkool in de pan waarin je de balletjes gebakken hebt, eventueel eerst een in kleine blokjes gesneden uitje bakken, een paar minuten en voeg dan de paprika toe en bak ook enkele minuten mee. Nu kun je de gehaktballetjes toevoegen en een bekertje crème fraîche. Laat goed warm worden en serveer met je aardappelen naar keuze. Eet smakelijk, Mieke Maletzky

 

 

Op zondag eten we vaak een kopje soep bij de lunch en gisteren heb ik daar even snel Scones bij gemaakt. De meeste mensen kennen deze als iets zoets dat bij een Engelse High Tea geserveerd wordt, maar ze zijn veel breder inzetbaar. Ze zijn namelijk in een half uur klaar en je kunt eindeloos variëren met wat je er door doet.

Het basisrecept is als volgt: je neemt 2 delen bloem en 1 deel zachte boter, 1 el suiker voor zoete scones en zout en peper naar smaak voor hartige (ik heb 150 g bloem en 75 g boter gebruikt en daarmee 8 puntjes kunnen maken). Voeg daar per 150 g bloem 1 tl bakpoeder aan toe. Nu snijd je de boter door de bloem, zoals je dat voor appeltaartdeeg ook doet en dan wrijf je de klontjes nog verder tot het geheel op broodkruimels lijkt. Wat je vooral NIET moet doen is het deeg heel goed kneden zodat de boter door de bloem wordt opgenomen. Dan worden de scones namelijk niet luchtig. Voeg nu beetje bij beetje (karne-)melk toe en roer dat door met een mes. Ook dit helpt om vooral niet te goed te mengen. Als tweederde van de bloem vochtig is, kneed je vlug even met de hand en dan strooi je een beetje bloem op het aanrecht en dan duw je het deeg tot een plak van 2 cm dik. Nu kun je met een steker rondjes maken of, zoals ik heb gedaan, je snijd de plak in 6 punten. Leg deze op een stuk bakpapier en bak de scones op 175° C. in ±12 minuten gaar en bruin. Je kunt voelen of ze gaar zijn, omdat ze dan verhoudingsgewijs licht aanvoelen. Hier volgen een paar variaties:

 -Klassiek= met rozijnen.
-Vruchten= met abrikozen, dadels of vijgen
-Hartig= met geraspte kaas en tijm, met uitgebakken stukjes spek of gesneden ham en prei. Eet smakelijk, Mieke Maletzky

 

Na bloemkool, zijn sperziebonen de meest gegeten groenten van Nederland, maar gekookt is ook zo gewoon, dus leek het mij leuk om eens een paar recepten voor gepimpte sperziebonen te schrijven.
Eigenlijk was het niet zo moeilijk, ik keek in de (koel-)kast en maakte met wat ik tegenkwam iets lekkers.
Zoals je op de foto kunt zien heb je voor iedere variant slechts twee extra ingrediënten nodig en ik denk dat de meeste van ons die wel in huis hebben.
Je kookt de sperziebonen zoals je gewent bent, dan maak je de toevoeging en als je de sperziebonen hebt afgegoten, voeg je het sausje toe, bakt het nog even mee en dan is het klaar.
Voor de eerste bak je een fijngesneden uitje in een beetje olie, daar voeg je dan een beetje Italiaanse kruiden aan toe (een mengsel van tijm, marjoraan/oregano en basilicum als je geen mengsel hebt) en dan bak je 3 in blokjes gesneden tomaten/een handje gehalveerde kerstomaatjes mee tot het een sausje is. Dit gaat bij de sperziebonen.
Voor de tweede bak je een paar in reepjes gesneden plakjes spek/75 g spekreepjes een beetje zacht en daar voeg je een beetje Provençaalse kruiden aan toe (dat is een beetje tijm, rozemarijn en salie). Laat dit nog even bakken en dan gaan er een aantal in staafje gesneden champignons bij. Bak nog even door en dan kan ook dit mengsel bij de sperziebonen.
Een derde variant is om satésaus bij de sperziebonen te serveren. (met dank aan Karin )
Ik heb hier wel summier beschreven welke kruiden er in de mengsels zitten, maar het loont zeer de moeite om ze kant en klaar te kopen. Er zitten natuurlijk veel meer kruiden in dan ik heb genoemd en je kunt ze in zoveel meer gerechten toepassen. Pastasaus, tomatensoep en suddervlees, om er maar een paar te noemen. Eet smakelijk, Mieke Maletzky

 

 

 

 

Voor deze week heb ik een recept met vis uitgezocht. Ik heb het gemaakt met de gekruide pangasiusfilet die je bij de Lidl kunt kopen, deze heeft al een marinade met kerriesmaak. Maar een stuk kabeljauw waar je zelf een mengsel van wat olie en kerrie op smeert werkt vast ook.
De filet woog 180 g, dus dat was meer dan genoeg voor ons tweeën. Ik heb hem in een ovenschaal gelegd, daarna heb ik een kleine ui fijn gesneden en die even gefruit in een beetje olie, daar nog 2 theelepels kerrie bij gedaan en nadat ook nog even gefruit had heb ik er nog zo’n 16 in vieren gesneden kerstomaatjes bijgedaan (2 of 3 gewone tomaten in blokjes werkt natuurlijk ook). Die heb ik helemaal stuk laten bakken, voeg eventueel een beetje water toe zodat het een mooi sausje wordt, doe er op het laatst nog een half bakje roomkaas bij en maak het af op smaak met zout en een beetje peper. Giet dit bij de vis en laat die dan op 175° C. in ongeveer 25-30 minuten gaar worden in de oven. Ondertussen heb ik broccoli in roosjes verdeeld en die gestoomd. Wij hadden er geen aardappel bij nodig, maar dat ligt aan jezelf. Eet smakelijk, Mieke Maletzky

 

 

Allereerst wil ik iedereen een heel Goed Nieuw Jaar wensen en ik ga ook nu proberen allerlei recepten bij elkaar te zoeken waarmee je met niet al te veel gekke ingrediënten iets lekkers op tafel kunt zetten.
Na alle bijzondere dingen die we allemaal waarschijnlijk met Kerst en Oud en Nieuw op het menu hadden staan, vandaag Shakshouka, een gerecht uit het Midden-Oosten. Dit is in feite een tomaten/paprika saus die op smaak gebracht wordt met komijn, paprikapoeder en cayennepeper, waarin eieren in de oven gaar gemaakt worden. 

Maar je kunt gebruiken wat je lekker vindt, of wat je in de kast hebt. En dat geldt natuurlijk ook voor de groenten die je er door doet. Het enige dat je echt nodig hebt zijn eieren en een blikje tomatenblokjes.

Je begint met een gesneden ui in een beetje olie te fruiten. Dan de kruiden; 1 el paprika poeder, 1 tl komijnpoeder en cayennepeper naar smaak, of Italiaanse/Provençaalse kruiden. Laat deze heel even mee fruiten en voeg dan het blikje tomatenblokjes toe en laat ook dit even mee fruiten. Daar gaan dan de groenten en de kruiden bij; een paar in dunne reepjes gesneden paprika’s, een halve, in reepje gesneden Chinese kool of een flinke zak soepgroenten. Laat dit geheel enkele minuten zachtjes stoven en giet het dan in een flinke ovenschaal. Breek er nu een aantal eieren in, dit gaat het beste als je met een juslepel een holletje vormt, het ei breekt in de lepel en dan de lepel voorzichtig weghaalt. Zet de schaal zo’n 30 minuten in een oven van 175 ° C. of tot de eieren zo hard zijn als je lekker vindt. Wij hebben het gegeten met macaroni, maar met een stukje (Turks/stok-) brood en een beetje sla is ook heel lekker. Voor een niet vegetarische variant kun je er ook nog plakjes Chorizo of salami op leggen.

Trouwens, in het Midden-Oosten is dit een gerecht dat ook wel voor ontbijt geserveerd wordt en ook in Midden-Amerika kennen ze een gerecht dat hier veel op lijkt, Huevos Rancheros. Eet smakelijk, Mieke Maletzky

 

 

Het “Goede Leven kookrecept” voor deze week: Beste Allemaal, dit is het laatste recept voor dit misschien niet zo “Goede Jaar”. Het is een recept voor Samosa, een bladerdeeg hapje met een vulling van aardappel, wortel en doperwten. Het is origineel uit de Indiase keuken, naast de Zweedse Keuken een favoriet van mij. En misschien is het een metafoor voor het nieuwe jaar, een pakketje met simpele ingrediënten die een verrassend mooi gerechtje vormen.

Maak de vulling door 1 fijngesneden uitje in 2 el olie zacht te fruiten, voeg daar 1 el kerriepoeder, 1 gehakt teentje knoflook en een zeer fijn gesneden stukje verse gember aan toe. Laat nog even fruiten en voeg er dan zo’n 250 g in kleine blokjes (1-1 ½ cm) gesneden aardappel en 1 in net zo grote blokjes winterwortel aan toe. Bak zo’n 5 minuten en voeg dan enkele eetlepels water toe en laat het geheel koken tot de aardappel gaar is. Voeg indien nodig nog wat water toe. Voeg bijna aan het eind van de kooktijd nog 100 g diepvries doperwten toe en maak op smaak af met zout, peper en gesneden koriander of peterselie. Laat de vulling helemaal afkoelen. Deze vulling kun je 1 á 2 dagen in de koelkast bewaren of invriezen. Voeg voor een pittigere variant een gesneden chilipeper toe of een beetje sambal.
Verwarm de oven voor op 175° C. Laat een aantal plakjes bladerdeeg ontdooien en leg hier enkele eetlepels vulling op, vouw het pakketje diagonaal dicht en druk de randen goed vast. Leg de pakketjes op een velletje bakpapier op een bakplaat en bak tot ze goudbruin zijn. Serveer met mangochutney of (curry)ketchup.
Ik heb hier kerrie gebruikt in de vulling in plaats van korianderpoeder, garam masala en komijnzaad, maar dat heeft vast niet iedereen in de kast staan, vandaar. Ik wens jullie allemaal een fijn uiteinde en veel Goeds voor het Nieuwe Jaar. Mieke Maletzky

 

 

Voor dit laatste recept in de Adventtijd heb ik gekozen voor “Risgrynsgröt”, een rijstepap waarvan in Zweden naar oud gebruik op Kerstavond een kommetje buiten gezet werd voor de Tomtenisse, de huiskabouter, als dank voor de hulp op de boerderij in het afgelopen jaar. Met een kleine aanpassing kan het ook als toetje bij het Kerstmaal dienst doen. Dan heet het “Ris a la Malta”, het wordt
vermengd met slagroom en versierd met sinaasappelpartjes of b.v. bramenjam.
Breng 3 dl water met 125 g (pap)rijst, 1 el boter en ½ tl zout aan de kook en laat met deksel ongeveer 10 minuten zachtjes koken. Voeg nu 3 dl melk toe, breng weer aan de kook en voeg dan nog 3 dl melk toe. Op dit moment kun je ook een kaneelstokje toevoegen. Zet de pap nu op zeer laag vuur, eventueel op een sudderplaatje en laat ongeveer 40 minuten zonder roeren verder garen. Serveer deze pap warm met een extra klontje boter, een beetje kaneel en wat suiker (bij ons eten de mannen hem graag koud met vanillevla).
Voor de “Ris a la Malta” vermeng je 5 dl koude rijstepap met 1 bekertje stijfgeslagen slagroom, doe de pap in een grote schaal of 1-persoons schaaltjes en garneer met partjes verse sinaasappel of een lepel jam. Eventueel ook fijngemaakte speculaasjes.
God Jul/Fijne Kerst en eet smakelijk, Mieke Maletzky

 

Het “Goede Leven kookrecept” voor deze week: “BRUGKERKSTAMPPOT”.
Het recept voor deze week is aangeleverd door Hannie Beukenkamp. Wat leuk, Hannie, dat je dit recept met ons allemaal wil delen, zeker met het mooie verhaal erbij!
Ik wil eerst beschrijven hoe je dit gerecht maakt en dan geef ik het verhaal erbij.Kook 1 kg geschilde en in stukken gesneden aardappelen en maak hiervan met een beetje melk en een klein klontje boter een puree. Snijd ondertussen
1 flinke ui, 1 rode, 1 groene en 1 gele paprika in stukjes. Bak in een koekenpan 150 g spekblokje uit (je kunt ook klein gesneden salami nemen, maar die voeg je later toe, zonder het eerst te bakken). Voeg dan de ui toe en als deze glazig ziet voeg je ook de paprika toe. Laat de paprika vooral niet te lang bakken, dan wordt het te zacht. Doe dit alles samen met 100 g in kleine blokjes gesneden jonge of jong belegen kaas bij de aardappelpuree. Warm nog even goed door, zodat de kaas een beetje gaat smelten en maak de stamppot af met gehakte peterselie en eventueel een beetje peper. Geef er een gemengde salade bij.
Ik heb er in plaats van een salade erbij, gesneden andijvie erdoor gedaan.
Het verhaal bij deze BRUGKERKSTAMPPOT:
De aardappelpuree is de basis, de gemeente die ons allemaal bij elkaar houdt. De stukjes paprika zijn wij, de gemeenteleden, ieder met zijn/haar eigen kleur. De kaas is de liefde, die alles een beetje soepeler maakt, de spek/salami (de jeugd) houdt de boel een beetje wakker en de peterselie (de kinderen) zijn heel verfrissend.
Kortom de Brugkerk, een veelkleurige gemeente met pit, midden in de samenleving. Eet smakelijk, Mieke Maletzky

 

 

Het “Goede Leven kookrecept” voor deze week: OATCAKES In de tijd voor Kerst bereid ik me vast voor op de feestdagen door alvast deze havermout crackertjes te bakken. Je kunt ze zo groot maken als je wilt. Klein kun je ze gebruiken als toastje onder een beetje salade of als je ze wat groter maakt als ontbijtcracker. Ik heb ze deze keer in 2 smaken gemaakt, één met sesam

zaad en de ander met bruschetta kruiden, dus een tomaat/oregano smaak. Voor ± 80 koekjes ø 3,5 cm. Hieronder volgt het basisrecept, voeg daar 2 el sesamzaad, 2 el Provençaalse kruiden of 2 el bruschetta aan toe. Maal 175 g havermout in een keukenmachine fijn en voeg daar 40 g bloem, ruim ½ tl bakpoeder, een snufje zout en 60 g boter aan toe. Maak hier met een beetje melk een soepel deeg van. Voeg niet teveel melk tegelijk toe, maar misschien moet je aan het te droge deeg melk toevoegen en dan is het net of je klei w

eer soepel moet krijgen, een beetje een kliederig werkje dus. Laat het deeg dan ½ uur rusten in de koelkast. Rol het nu uit tot een plak van 2-3 mm dik en steek daar met een koekjesvorm of een glaasje koekjes uit. Eventueel nogmaals uitrollen en opnieuw uitsteken. Bak de crackers in een voorverwarmde oven, 175 ° C. in 2-10 minuten gaar en lichtbruin. Bewaar in een luchtdichte trommel. Eet smakelijk, Mieke Maletzky

 

 

Het “Goede Leven Kookrecept” van de week: SAFFRAN BROODJES  Gisteren was de 1e zondag van de Advent. De periode voorafgaande aan de Kerst, waarin we met vreugde uitkijken naar de geboorte van Jezus. Een vooruitzicht van meer licht in de wereld, dus steken we ieder zondag een kaars meer aan van onze Advent kandelaar, zodat er met Kerst vier kaarsen branden. Deze saffraan broodjes horen eigenlijk bij het Zweedse Lucia-feest (een oude midwinterviering) dat op 13 december wordt gevierd, maar ik wilde ze nu alvast maken, omdat de kleur, door de saffraan, zo mooi geel is, net als het kaarslicht!

Meng 250 g bloem met 70 g suiker, ¾ tl droge gist, 2,5 dl lauwe melk, ¾ tl gemalen kardemom en 1 zakje vanillesuiker. Als alles goed gemend is, voeg je nog 200 g bloem en 75 g zachte boter toe. Kneed dit door tot het een zacht en niet meer plakkerig deeg is. Dek de kom af met plastic en laat de hele nacht, maar minimaal 6 uur rijzen. Roer voor de vulling 100 g boter met 50 g suiker, 1 zakje  vanillesuiker, 2 el bloem, een snufje zout en 2 tl gemalen kardemom tot een zachte massa (foto 2). Rol het deeg uit tot een rechthoekige lap van 1 cm. dikte. Smeer de vulling over 2/3 van de lap (foto 3) en vouw nu de lap in drieën dicht en begin dan met het onbesmeerde deel. Snijd het deeg nu in repen van ongeveer 2 cm. breed (foto 4) en trek deze iets langer uit, rol deze om je hand tot broodjes (foto 5) of draai de reep om zichzelf en rol op als een slakkenhuis (foto 6). Zet de uiteinden onder het broodje vast. Leg de broodjes op een stuk bakpapier op een bakplaat en laat nog 1 uur rijzen. Verwarm de oven voor op 200° C. en bak de broodjes in 12-15 minuten goudbruin en gaar. Kook ondertussen 75 g suiker met 50 ml water tot een stroopje. Als de broodjes uit de oven komen, moet je ze meteen bestrijken met dit stroopje en dan bestrooien met suiker en gemalen kardemom. Laat ze afkoelen op een taartrek. Voor kaneelbroodjes laat je de saffraan uit het deeg weg en vervang je de witte suiker in de vulling door bruine en de kardemom door  1 el kaneel.  Eet smakelijk, Mieke Maletzky

 

Het “Goede Leven Kookrecept” van deze week: RAGU  Deze week het recept voor Ragu, de Italiaanse vleessaus die wij Bolognese noemen: Bak 150 g spekblokjes in een beetje olie tot ze kleuren. Voeg dan 1 gesneden grote ui toe en fruit die even mee. Voeg

dan 1 in kleine blokjes gesneden winterwortel, 2 stengels bleekselderij en 1-2 tenen knoflook toe. Fruit alles tot de ui glazig ziet en voeg 500 g gehakt toe en bak dit ongeveer 5 minuten. Het hoeft niet bruin te zijn. Strooi er 1 tl oregano, 1 tl tijm, 1 laurierblad en zout en peper over. Roer even door en voeg dan 1 groot blik tomatenpuree en 1 blikje tomatenblokjes toe. Breng het geheel aan de kook. Laat het geheel 1-1 ½ uur zachtjes stoven. Let op dat het niet droog kookt, voeg anders een beetje warm water toe. Ik heb het gemaakt door, als we bijna gaan eten, ½ l kokend water toe te voegen en ± 350 g penne. Kook tot de penne gaar is en bestrooi eventueel met Parmezaanse kaas. Eet smakelijk, Mieke Maletzky

 

 

Het “Goede Leven Kookrecept” van deze week: APPELPIE!    Met het recept voor deeg dat je vorige week voor de preitaart kon gebruiken, kun je ook een appeltaart maken. Mijn zusje heeft deze herfst een Paj-vorm meegenomen uit Zweden en die staat op de foto, maar een gewone springvorm of quichevorm werkt ook.  Maak het deeg met 300 g bloem, 150 g koude boter en vervang de tijm en het zout door 3 el suiker.  Leg het deeg 30 minuten

 in de koelkast en bekleed daarna de taartvorm met het uitgerolde deeg.
Bak het net a

ls de preitaart 15 minuten voor. Maak ondertussen de vulling door 4 flinke appels in kleine blokjes (1 – 1,5 cm) te snijden en te vermengen

met 1 el citroensap en 2 tl kaneel. Extra lekker wordt het als je er ook ¼ tl kruidnagel, ½ tl gemberpoeder en ½ tl nootmuskaat aan toevoegt. Doe de vulling in de taartkorst en bak nog 35 – 40 minuten. Als je graag een deksel op je taart wil, gebruik dan 100 g bloem en 50 g boter extra voor het deeg en houdt ¼ achter als je de taartvorm bekleed. Rol dit deeg apart uit, leg het op de vulling en steek er een paar gaatjes in voor je hem in de oven zet, hierdoor kan de stoom ontsnappen. Eet smakelijk, Mieke Maletzky

 

Het “Goede Leven Kookrecept” van deze week: PREITAART!  Vandaag het recept voor een preitaart. Ik heb een springvorm van ø24 gebruikt en heb daarvoor een deeg gemaakt door 150 g boter in kleine blokjes te snijden en door wrijven te vermengen met 300 g bloem, een tl zout en een tl tijm. Voeg dan beetje bij beetje 1 – 1,5 dl koud water toe tot je een deeg hebt (kneed dit niet te goed door, dan wordt het taai), leg het deeg een half uur in de koelkast. Verwarm de oven voor op 175° C.

Je kunt ook een pakje hartige taartdeeg kopen. Laat de plakjes dan ontdooien en leg ze op elkaar, waarbij je de plakjes telkens een stukje draait, waardoor een soort rozet gevormd wordt. Rol je deeg uit en bekleed de springvorm ermee. Snijd het overhangende deeg nu nog niet af, neem een lang stuk aluminiumfolie en maak hiervan een losse prop en leg die op het deeg (dit houdt tijdens het bakken de zijkanten omhoog). Bak de bodem 15 minuten, haal de prop eruit en bak nog 5 minuten. Haal de vorm uit de oven, snijd nu de randen bij.

Maak ondertussen de vulling door 150 g spekblokjes zachtjes te bakken in een beetje olie, voeg 2 gesneden grote preien toe en een bakje champignons. Maak op smaak met zout, peper en een tl tijm. Leg de vulling op de bodem. Klop 4 eieren met 1 bekertje crème fraîche los en giet dit voorzichtig op de preivulling, bestrooi met geraspte kaas en bak 35 – 40 minuten of tot de vulling stevig is. Als variatie kun je natuurlijk ook bijvoorbeeld een pak macaroni- of nasigroenten gebruiken. Gebruik dan ook kruiden die daar bij passen.
Eet smakelijk, Mieke Maletzky

 

Het “Goede Leven Kook-recept” van deze week: HEERLIJK VOER VOOR DE VOGELS!! 🙂
‘Goed leven’ recepten hoeven zich naar mijn mening niet te beperken tot eten voor mensen, vandaar dat ik vandaag een recept heb voor vogelpindakaas. Normale pindakaas is voor vogels te zout, maar door het te vermengen met frituurvet verlaag je dat zoutgehalte. Het is genoeg om 4 potten te vullen, dus misschien moet je even een paar potten bewaren. Smelt in een pan op laag vuur 500 g (2 blokken) vast frituurvet. Als bijna alles gesmolten is, zet je het vuur al uit. Roer hier 1 grote pot pindakaas, eventueel met nootjes door en voeg dan ook 2 potten vogelvoer (wij gebruiken tortelduivenvoer) en 1 pot zonnebloempitten toe. Roer dit goed door elkaar. Door het toevoegen daalt de temperatuur en kun je het meteen in de potten gieten zonder dat je bang hoeft te zijn dat alle zaden gaan drijven. Laat helemaal afkoelen en hang er een op in je tuin, de vogels zullen je dankbaar zijn. Veel plezier met kijken naar je “gasten”, Mieke Maletzky

 

 

Het “Goede Leven Kookrecept” van deze week: GOULASH! Zoals je op de foto kunt zien, ben ik in het bezit van een houtkacheltje waar je op kunt koken. En dat geeft ontzettend veel voldoening. Je begint met al je ingrediënten klaar te zetten, dan steek je je vuurtje aan en als dit voldoende brandt, kun je beginnen. Als alles eenmaal op gang is gekomen, hoef je er alleen nog maar bij te blijven om af en toe en beetje hout op het vuur te gooien, maar ondertussen kun je heerlijk genieten van een kopje thee en een goed boek.

Op de foto staan de ingrediënten klaar voor een goulash met veel groenten, die eten wij meestal met rijst, maar ik wil nog een keer brood erbij bakken, ook op het kacheltje natuurlijk. In een gewone braadpan op een fornuis gaat het ook heel goed, dus hier is het recept.

Fruit 1 gesneden grote ui in een beetje olie en voeg dan 1-2 tenen knoflook toe. Voeg 500 g in blokjes gesneden runder-stoofvlees toe en bak dit ongeveer 5 minuten. Het hoeft niet bruin te zijn. Strooi er 1 tl gerookt paprikapoeder, 2 el gewoon paprikapoeder, 1 tl oregano, 1 laurierblad, zout en peper en (als je hebt) 1 tl kummel over. Roer even door en voeg dan 1 groot blik tomatenpuree en 1 blikje tomatenblokjes toe. Breng het geheel aan de kook en voeg indien nodig 500 ml water aan toe. Laat het geheel 1-1 ½ uur zachtjes stoven. Voeg het laatste half uur groenten naar keuze toe, b.v. sperziebonen, wortel, paprika of doperwten. Proef vlak voor je gaat opdienen nog even en voeg indien nodig zout en peper toe. Serveer met rijst, aardappelpuree of gekookte aardappel, zelfs macaroni of brood. Eet smakelijk, Mieke Maletzky.

——————————————

POMPOENSOEP!  Het “Goede Leven Kookrecept” van deze week Met alle bomen die langzamerhand weer van groen naar geel en later ook oranje verkleuren, leek het me leuk om een oranje soep te maken.  Diegene die al eens hebben meegedaan aan de vastenmaaltijden zullen de soep herkennen, hoewel ik er deze keer geen dadels in verwerkt heb, maar een appel.

En het mooie van soep is, dat je eigenlijk geen precieze hoeveelheden nodig hebt en ook geen precieze lijst met ingrediënten. Je gooit van alles wat je hebt in een pan, kookt tot het zacht is, pureert met een staafmixer of een pureestamper, hoewel de soep dan niet glad wordt, maar een beetje grof blijft. En je kunt eten. Broodje erbij, Klaar.

Snijd 1 ui in stukjes, bak die in een beetje olie met een flinke lepel kerrie en een teen knoflook. Snijd ondertussen een pompoen door, lepel de zaden eruit en snijd het vruchtvlees in blokjes. Als de ui zacht is, doe dan de pompoen erbij en bak nog even. Voeg dan 1 liter water en 1 of 2 bouillonblokjes toe en laat alles op een zacht vuur koken tot de pompoen gaar is. Pureer de soep en maak op smaak met zout en peper en voeg eventueel nog wat water toe als je de soep te dik vindt. En waar is dan die appel? Die kun je of toevoegen met de pompoen en zacht koken of je kunt de appel in hele kleine blokjes snijden en op het laatst nog even in de gepureerde soep meekoken. Serveer de soep eventueel met een schepje crème fraîche. Eet smakelijk, Mieke Maletzky

——————————————

Het “Goede-Leven-Kookrecept” van de week. Iedereen houdt van TOETJES!! Vaak is het datgene waar iedereen naar uitkijkt en waar je altijd wel plek voor hebt na de maaltijd. Voor het tweede ‘Goede Leven’ recept dacht ik daarom aan een CRUMBLE. Of in gewoon Nederlands: fruit met kruimels. Het leuke aan dit gerecht is, dat je één grote schaal kunt maken, met één of twee soorten fruit, maar je kunt ook heel goed individuele porties maken en iedereen zijn/haar favoriete fruit geven. Je kunt er vers fruit, uit b.v. je moestuin, voor gebruiken, maar diepvries kan ook. De foto is van dit voorjaar, vandaar de rabarber. Geef je fantasie de vrij loop en kijk welke combinaties je kunt bedenken. Appel en braam, peer en blauwe bessen.

Doe ongeveer 500 g fruit dus in 1 grote of meerdere kleine schaaltjes en maak een soort “kruimelig” deeg van

¼ pakje zachte boter,

125 g bloem,
4 el kokos (of havermout) en
4 el suiker.

Verdeel dit over het fruit en bak het dan 20-25 minuten in een oven die op 175° C voorverwarmd is. Ik bak het meestal als we zitten te eten en laat het daarna in de uitgeschakelde oven staan tot we er aan toe zijn. Heerlijk met vanillevla of ijs. Eet smakelijk, Mieke Maletzky

Trouwens alle recepten zijn voor 4 personen tenzij anders vermeld.

——————————————

SOPA DE PEDRA (STEENSOEP) “Bij ‘het Goede Leven’ komt bij mij als één van de dingen GOED ETEN in gedachten,” zei Georg tegen mij. “En hoe is dat bij jou?” Zeker, GOED ETEN IS GOED LEVEN, maar als ik er dan beter over ga nadenken is het NIET HET ETEN OP ZICH dat een goed leven geeft. Ik vind het leuk mensen over de vloer te hebben en dan vraag ik ze ook graag om te blijven eten. Tijdens het eten praat je gemakkelijk en als je niet zo gauw weet waarover, is er altijd nog het eten waar je iets over kunt zeggen. HET IS DUS VOORAL HET GESPREK EN HET SAMENZIJN wat ‘het goede leven’ maakt, het eten is dan slechts één van de ingrediënten.

Er is een PORTUGEES VERHAAL waarvan je de moraal ook in dit licht kunt zien: “Een monnik/landloper komt in een dorp aan en vraagt om iets te eten. De dorpelingen hebben zelf ook niet veel en zeggen dat ze niets kunnen missen. Dan vraagt de monnik/landloper om een ketel water, sprokkelt wat hout buiten het dorp en raapt daar ook een steen op. Hij maakt een vuurtje en gooit de steen in de ketel water. Als het water kookt, proeft hij er voorzichtig van en zegt dan tegen de verzamelde dorpelingen: “Ik  mis iets, misschien wordt de steensoep beter als er een klein stukje spek in gaat.” Eén van de dorpelingen haalt een stukje spek en doet dit in de ketel. Na een paar minuten proeft de monnik/landloper de soep weer en zegt: “misschien wordt het nog beter met een stukje ui en een stukje wortel.” Ook nu haalt een dorpeling de ui en de wortel en doet dit in de ketel. – Zo gaat het nog een poosje door en ondertussen is er ook kool, prei, bonen, aardappel, worst en kruiden opgehaald en in de ketel verdwenen. Het ruikt nu heerlijk op dat dorpsplein en er zijn verschillende eindes. Als het de monnik is, deelt hij de soep met de dorpelingen en verteld hij dat door samen te werken ze de armoede kunnen bestrijden en toch allemaal goed kunnen eten. -Als het de landloper is, eet hij de soep helemaal alleen op en verkoopt de steen aan de burgemeester (die heeft het meeste geld, maar die is niet geneigd om ook maar iets te delen en houdt er dus water met een steen aan over).

Mijn uitleg is dat je, door met veel verschillende mensen/ingrediënten iets samen te doen, een mooie avond/gerecht krijgt. EN DAT IS ‘GOED LEVEN’ Mvg Mieke

SOPA DE PEDRA (STEENSOEP)

100 g gerookt spek (in blokjes) –
100 g chorizo (in blokjes)
1 gesnipperde rode ui
1 geperst teentje knoflook –
3 blikjes rode kidney beans (400 g), afgegoten en afgespoeld
1 laurierblaadje
2 wortelen, in stukjes
2 stengels bleekselderij, in stukjes
450 g aardappelen, geschild en in blokjes
100 g Savoie of andere kool, in stukjes gescheurd
1 l groentebouillon
peper en zout
25 g fijngehakte koriander
– Bak het spek in de pan tot een groot deel van het vet eruit is gelekt.
– Roer de chorizo, ui en knoflook erdoor en bak alles tot de ui zacht is.
– Voeg nu bonen, laurierblaadje, groenten, aardappelen, bouillon, peper en zout en bijna alle koriander toe, doe het deksel op de pan en laat de soep zo’n 30 minuten pruttelen.

– Haal het spek en de chorizo uit de soep en snijd het spek in dobbelsteentjes en de worst in plakjes. Doe de stukjes terug in de soep en warm alles nog even goed door. -Bestrooi de soep met de overgebleven koriander.