De kerstboom is weer weg


De kerstboom in onze Brugkerk staat er al vanaf 10 dec. Afgelopen maandagavond 6 jan. is hij weer afgebroken. We hebben dan weer lange tijd kunnen genieten van deze mooie boom. 

Bij veel mensen wordt elk jaar weer een boom gezet om de sfeer rond kerst in huis te verhogen. Maar waar komt de traditie van de kerstboom opzetten, behangen met lichtjes, eigenlijk vandaan? Een korte geschiedenis van de kerstboom.

Germaanse herkomst

De kerstboom is vermoedelijk ontstaan uit Germaanse tradities. Maar ook van de Romeinen is bekend dat ze hun huis versierden met groene takken en verlichting. Bij de Romeinen en Germanen stonden groene bomen en takken symbool voor vruchtbaarheid en goddelijkheid. Hierbij viel het hen op dat er één boomsoort was die altijd groen bleef: de dennenboom. Andere bomen verloren hun bladeren of werden bruinig, maar de dennenboom niet. Uit de keuze voor de versierselen, zoals sterren en manen, blijkt wel dat men de boom enige goddelijkheid toedichtte.

De groene boom kondigde ook de nieuwe lente aan, een tijd van bloei. Daarom zetten de Germanen tijdens de midwinternacht, de kortste dag van het jaar, een groene boom neer. Vaak in het midden van het dorp. Deze werd dan versierd met appeltjes en andere attributen, die het begin van een nieuw seizoen aanduidden.

Late Middeleeuwen: bomen door de christenen overgenomen.

Uit bronnen blijkt dat kerstbomen al in de late middeleeuwen, vanaf de vijftiende eeuw, in gebruik waren tijdens christelijke winterfeesten. Dit gebeurde in Oost-Europa, de Duitse gebieden en Scandinavië. Vooral in de Duitse landen was het gebruik van kerstbomen behoorlijk wijdverspreid. De bomen die men gebruikte waren toen al flink versierd.

Bekend is dat in een rooms-katholieke kathedraal in Straatsburg in 1539 een grote kerstboom stond. Een nog oudere vermelding van een versierde kerstboom komt uit 1510. In Riga, Letland, versierde een lokaal gilde een boom met kunstrozen, danste om de boom heen en stak deze vervolgens in de fik. De roos zou symbool hebben gestaan voor de Heilige Maagd Maria.

Zeventiende eeuw: Duitsers zetten bomen in huis neer

In de zestiende en zeventiende eeuw begonnen de rijkere Duitsers ook een boom in hun huis te plaatsen. Ze hingen hierbij appeltjes in de boom, een verwijzing naar de zogenoemde “Adam en Eva’s dag” op 24 december. Hierbij werden toneelstukken opgevoerd om Bijbelverhalen, zoals de zondeval, te verbeelden voor de analfabetische massa.

Het gebruik van kerstbomen versierd met appels werd al snel overgenomen door de Britse adel en tijdens de negentiende eeuw verspreidde het gebruik van de kerstbomen zich over de rest van Europa.

Introductie in Nederlandse huishoudens via zondagsscholen in de negentiende eeuw.

Tijdens het Réveil – een christelijke opwekkingsbeweging in de negentiende eeuw – werden er in Nederland veel zondagsscholen opgericht. Binnen deze zondagsscholen ontstond het gebruik om rond Kerst een boom neer te zetten. Zo raakte de kerstboomtraditie ook bekend onder de ‘gewone Nederlanders’. Eerder al bestond er met name onder vrijzinnig protestanten in ons land de gewoonte om een kerstboom in huis neer te zetten.

Verzet vanuit de Rooms-Katholieke Kerk

Met name het Vaticaan heeft zich in de negentiende en twintigste eeuw lange tijd flink verzet tegen het opzetten van kerstbomen. Deze bomen hadden immers een heidense oorsprong en weinig van doen met het christelijke kerstfeest. Vooral in de negentiende eeuw waarschuwde de Rooms-Katholieke Kerk regelmatig tegen de heidense gebruiken rond kerst. Niet eerder dan in 1982 stonden er voor het eerst kerstbomen in het Vaticaan in Rome.